Contacteer ons op info@cultuurdrongen.be

Wie mag vrijwilligerswerk doen?

  • Werknemers kunnen in het vrijwilligerswerk stappen waar en wanneer zij dat willen. Ze moeten hun plannen niet voorleggen aan hun werkgever, directie of wie dan ook. Vrijwil­ligerswerk is een privéaangelegenheid.
  • Ambtenaren zijn buitenbeentjes omdat ze onder een specifieke regeling vallen: die van de openbare sector en het administratief recht. Voor elke activiteit die een ambtenaar naast het ambt uitoefent, moet hij/zij toestemming vragen. Dat geldt ook voor activiteiten in de privé-sfeer, zoals vrijwilligerswerk.
  • Voor mensen in het onderwijs is er geen probleem. Zij kunnen zich als vrijwilliger inzet­ten, ook degenen met het statuut van terbeschikkinggestelde. Zij moeten geen toestemming vragen.
  • Werklozen moeten aan de RVA melden dat ze vrijwilligerswerk willen doen. Na de schrifte­lijke melding mogen ze meteen aan de slag. Het is aan de RVA om al dan niet te reageren. Krijgt de werkloze vrijwilliger binnen 12 dagen na zijn/haar melding geen bericht, dan mag hij/zij ervan uitgaan dat de RVA geen bezwaar heeft. Een stilzwijgende aanvaarding betekent niet dat je geen controle meer kan krijgen. Inspec­tie blijft altijd mogelijk. Het is ook mogelijk dat de RVA binnen de 12 dagen negatief reageert of beperkingen op­legt. De vrijwilliger moet dan zijn activiteiten staken, of de inzet aanpassen.
    De werkloze krijgt geen sanctie omdat hij/zij al enkele dagen als vrijwilliger actief is ge­weest. Er komt wél een sanctie als de werkloze ook na een weigering actief blijft of als het duidelijk om misbruik gaat. Bij controle mag de vrijwilliger een straf verwachten.
  • Voor bruggepensioneerden en halftijdse bruggepensioneerden is dezelfde regeling als die voor werklozen van toepassing.
    Omdat bruggepensioneerden niet meer ‘beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt’, kan de RVA dit argument niet inroepen om een weigering te staven. Een weigering kan wel nog gebaseerd zijn op de drie andere mogelijke redenen: – omdat de activiteit geen vrijwilligerswerk is; – omdat de activiteit normaal gedaan wordt – of gedaan zou moeten worden – door een betaalde medewerker; – omdat de uitgekeerde vergoedingen niet binnen de grenzen van de vrijwilligerswet val­len.
    Bruggepensioneerden staan vaak niet stil bij het feit dat ze ‘plots’ het vrijwilligerswerk dat ze al jaren doen, moeten melden. Daarom is het best om bij de aanvraag voor het pensioen meteen een formulier C45 B (toelating vrijwilligers­werk) te voegen of dat in de bestaande formulieren te integreren.
  • Als iemand in loopbaanonderbreking is en van de RVA een uitkering ontvangt (hoe beperkt ook), geldt dezelfde regeling als voor werklozen.
    Mensen die deeltijds werkloos zijn: dezelfde regeling als voor werklozen.
    Mensen in wachttijd. Mensen die zich bij de RVA hebben ingeschreven maar nog geen uitkering ontvangen, mogen zonder enige formaliteit vrijwilligerswerk doen. Vanaf het moment dat er een wachtuitkering wordt uitbetaald, vallen ze onder hetzelfde systeem als de werklozen. Hoewel de wet de organisaties niets oplegt, doen zij er goed aan kandidaat-vrijwilliger te informeren over de nodige formaliteiten vóór hun instap in het vrijwilligerswerk.
  • Mensen die een uitkering van het ziekenfonds ontvangen moeten een aanvraag indienen bij de adviserend geneesheer. Hiervoor bestaan formulieren die men bij de mutualiteit kan opvragen en daar ook weer moet indienen.
    Mensen met een handicap die een uitkering ontvangen van het FOD Sociale Zekerheid kunnen zonder problemen of formaliteiten in het vrijwilligerswerk stappen.
  • Mensen met een beroepsziekte / na een arbeidsongeval krijgen hun inkomsten van het Fonds voor Beroepsziekten of het Fonds voor Arbeidsongevallen. Deze instanties leggen geen voorafgaandelijke toelating of mel­dingsplicht op. Theoretisch zou de werkgever in twijfel kunnen trekken of de betrokkene arbeidsonge­schikt is omdat hij/zij vrijwillig actief is. Die kans is echter bijna onbestaande.
  • Mensen die een leefloon ontvangen moeten hun maatschappelijk assistent(e) op de hoogte brengen van het feit dat ze vrijwilligerswerk zullen doen.
  • Een gepensioneerde mag zonder probleem vrijwilligerswerk doen. Dat valt af te leiden uit de pensioenwetgeving. Die stelt dat iemand een meldingsplicht heeft als hij/zij een activi­teit uitoefent die inkomsten kan opleveren. Vrijwilligerswerk is per definitie onbezoldigd en dus is er geen enkele formaliteit vereist.
  • Mensen die een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ontvangen mogen zonder probleem vrijwilligerswerk doen.
  • Er is geen enkele hinderpaal voor jongeren om vrijwilligerswerk te doen. Vrijwilligerswerk mag vanaf de leeftijd van 15 jaar, op voorwaarde dat men in hetzelfde kalenderjaar 16 wordt. Sommige organisaties bepalen zelf een minimumleeftijd, op grond van de ‘doelgroep’, de ‘gevoeligheid van de materie’, de verantwoordelijkheid die vereist wordt… Elke organisatie is vrij om dergelijke leeftijdsgrenzen te hanteren.
  • Een zelfstandige kan vrijwilligerswerk verrichten. Om problemen te vermijden oe­fent hij/zij het best een activiteit uit die niet in het verlengde van de zelfstandige activiteit ligt. Uitzondering: Zelfstandigen die invalide zijn moeten net als werknemers de toestemming vragen aan de adviserend geneesheer van de mutualiteit.

 

Back to Top
Enter your Infotext or Widgets here...