Contacteer ons op info@cultuurdrongen.be

Wandelen en fietsen in groep

Fietsen en wandelen in groep en de verkeerswet

Heel wat verenigingen organiseren wel eens een fietstocht of een wandeling in groep voor hun leden. Een goede verzekering is daarbij een must. En problemen voorkomen doe je alvast door rekening te houden met de verkeerswet.

  • FIETSEN IN GROEP

In het verkeersreglement worden twee mogelijkheden voorzien voor ‘Fietsen in groep’:

– De groep volgt dezelfde regels als de individuele fietser. – De groep volgt de regels die gelden voor fietsers in groep (op voorwaarde dat de groep bestaat uit ten minste 15 fietsers). Als groep heb je meer mogelijkheden maar moet je ook bepaalde verplichtingen naleven. Deze mogelijkheden gelden alleen als je werkelijk in 1 groep blijft.

Waar en hoe rijden?
Als de groep kiest om de regels voor fietsers in groep te volgen: – Is het gebruik van de fietspaden niet verplicht; – Mag je altijd met twee naast elkaar op de rijbaan rijden, op voorwaarde dat je gegroepeerd blijft; – Op een rijbaan zonder rijstroken mag je niet meer dan de breedte van één rijstrook innemen (ongeveer 3 meter), en in geen geval meer dan de helft van de rijbaan; – Op een rijbaan met rijstroken mag je alleen de rechter rijstrook gebruiken.

Wegkapiteins en begeleidende auto’s

Fiets je in groep, dan moet je ook zorgen voor de nodige begeleiding. Afhankelijk van de grootte van de groep zijn wegkapiteins en begeleidende auto’s vereist om de groep te begeleiden op de openbare weg.
Groepen van 15 tot 50 fietsers: Minstens 2 wegkapiteins toegelaten en 1 of 2 begeleidende auto’s toegelaten. Groepen van 51 tot 150 fietsers: Minstens 2 wegkapiteins verplicht en 2 begeleidende auto’s verplicht.

– De wegkapiteins moeten ten minste 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur en het woord “wegkapitein” – Op kruispunten zonder verkeerslichten kunnen zij het verkeer stilleggen door middel van een schijf met de afbeelding van het verkeersbord C3, en aanwijzingen geven aan de andere weggebruikers. – De begeleidende auto’s moeten de groep op ongeveer 30 meter voorafgaan of volgen; als er slechts één auto is moet deze de groep volgen. – De begeleidende auto’s moeten op het dak een speciaal bord voeren dat goed zichtbaar moet zijn voor het tegemoetkomende en achteropkomende verkeer. (Blauw bord met afbeelding van een witte driehoek met uitroepteken en rode rand, met daaronder in het wit het symbool van een fiets.

  • WANDELEN IN GROEP

Omveiligheidsredenen is het zeer belangrijk om goed op de hoogte zijn van de wetgeving rond het wandelen …met speciale aandacht voor de wetgeving van het ‘wandelen in groep’.

Waar en hoe wandelen?

Waar mogelijk volg je steeds de stoepen op delen van de openbare weg die Voorbehouden zijn voor voetgangers. Deze worden soms aangeduid door een verkeersbord. Zijn er geen voetpaden voorhanden, dan loop je op de berm.
Zijn er geen bermen, dan loop je op de parkeerstroken of op het fietspad. Let wel: op het fietspad moet je voorrang geven aan fietsers en bromfietsers en op de parkeerstroken hebben de bestuurders voorrang. Op wegen waar al deze voorzieningen ontbreken, mag je op de rijbaan lopen. Je stapt dan links in de rijrichting, zo dicht mogelijk tegen de rand van de rijbaan. Ben je in groep, dan loop je best achter elkaar.

Leider Groepen die begeleid worden door een leider, volgen de algemene regels voor voetgangers.  Ze mogen echter ook altijd de rijbaan volgen, zelfs wanneer er trottoirs of andere inrichtingen voor voetgangers aanwezig zijn. De groep loopt dan rechts in de rijrichting en neemt zeker niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag.

Om het aankomend verkeer beter te zien aankomen mogen groepen van 6 of meer personen (leider inbegrepen) ook links op de rijbaan lopen. De deelnemers moeten dan wel achter elkaar lopen.
Verlichting

In het donker of wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is (minder dan 200 meter), moeten groepen met een leider die de rijbaan volgen verlicht zijn.
De lichten worden geplaatst volgens de rijrichting van de bestuurders. De plaats van de groep op de rijbaan is dus bepalend voor de plaats van de lichten.

Een groep die rechts op de rijbaan stapt, in de rijrichting, draagt links vooraan een wit of geel licht en links achteraan een rood licht.

Als de groep links op de rijbaan stapt, tegen de rijrichting, hoort rechts vooraan een rood licht en rechts achteraan een wit of geel licht.  Naargelang van de lengte van de rij, is het aan te bevelen op de flanken van de groep één of meer gele of witte lichten te dragen die in alle richtingen zichtbaar zijn.
Daarnaast is het dragen van fluo-reflecterend materiaal (hesje, armbanden) zeker geen overbodige luxe. Fluomateriaal heeft felle fluokleuren die overdag en bij lichte schemer sterk je zichtbaarheid verhogen.

Oversteken

Op een zebrapad met verkeerslichten: Waar het kan, kies je een oversteekplaats voor voetgangers waar het verkeer door verkeerslichten geregeld wordt. Om over te steken, wacht je tot het voetgangerslicht op groen staat. Let toch nog goed op voor autobestuurders die het rode licht zouden negeren of die afslaan naar de weg die je oversteekt (zelfs al heb je voorrang). Als het licht op rood springt terwijl een groep oversteekt, mag wie op het zebrapad loopt verder oversteken. Wie zich echter nog op het trottoir bevindt, wacht tot het opnieuw groen wordt. Als je met een groep op stap bent is het aangeraden zeker vooraan en achteraan de groep begeleiding te voorzien. Zo is er steeds een leider aanwezig in de groep wanneer deze wordt opgesplitst.
Op een niet-bewaakte oversteekplaats (zonder lichten): Is er op minder dan 30 meter een zebrapad, dan moet je dit gebruiken. Bij een niet-bewaakte oversteekplaats mogen de bestuurders de oversteekplaats slechts met matige snelheid naderen. Ze moeten voorrang verlenen aan de voetgangers die zich op het zebrapad bevinden of op het punt staan zich er op te begeven.

Het verkeersreglement bepaalt dat het elke weggebruiker verboden is te breken door een groep voetgangers die het oversteken van de rijbaan op een reglementaire wijze begonnen is.

Op een oversteekplaats die gekruist wordt door tramsporen mogen voetgangers niet meer beginnen met oversteken wanneer er een tram nadert, ook niet wanneer een deel van de groep al aan het oversteken is. De tram heeft er voorrang !
Als er geen zebrapad is: Wanneer er geen oversteekplaats voor voetgangers aanwezig is, plan de oversteek dan in elk geval op een plaats waar je goed ziet en goed gezien wordt. Steek niet over in een bocht, op een helling, onder een brug of tussen geparkeerde voertuigen.
Groepsleiders

Bij het oversteken van een (grote) groep zal meestal meer dan één leider noodzakelijk zijn. In de praktijk stellen de leiders in kwestie zich dan op de rijbaan op om het oversteken te beveiligen.

Groepsleiders de mogelijkheid om aanwijzingen te geven in het verkeer om de veiligheid van een groep voetgangers te verzekeren. Om het verkeer stil te leggen, moeten ze gebruik maken van een schijf waarop het verkeersbord C3 is afgebeeld. Opgelet: de aanwijzingen die groepsleiders mogen geven, mogen niet verward worden met de bevelen van bevoegde personen (bv. politie). De aanwijzingen gaan niet boven verkeerstekens en verkeersregels.

(Bron: Een overzicht van de regels. Stappen en fietsen in groep. Folder van het Levenslijn – Kinderkankerfonds actie 2004)

 

 

 

 

Back to Top
Enter your Infotext or Widgets here...